|
|
|
|

|
|
woensdag 03 augustus 2005 |
De laatste decennia zinken of stranden er in de hele wereld regelmatig
olietankers in zee of op de rotsen. Vooral wanneer ze op de kusten
lopen, is het risico van vervuiling het grootst: in volle zee is de
schade nog het kleinst, maar aan land worden niet alleen het
visbestand, maar ook de vogel- en zeezoogdierenpopulatie hard
getroffen. Bovendien hebben niet alleen visserij en milieu te lijden.
Het economische effect is eveneesn groot doordat bijvoorbeeld het
toerisme ook flinke klappen krijgt.
De belangstelling van de pers voor de vervuiling is vaak vrij snel weer
voorbij. De milieugevolgen blijven echter nog jarenlang merkbaar. Al
leert
zelfs een gigantische ramp als met de Amoco Cadiz (in 1978 voor de
Bretoense kust), dat het maritieme milieu zich weer kan herstellen.
Het is echter schrijnend dat oliemaatschappijen bewust,
kostenbesparend,
oude schepen onder exotische vlaggen (waar ze moeilijk te controleren
zijn) de zee opsturen. De Europese Unie voert echter een beleid
waardoor de voorwaarden voor olietransport op haar wateren verder zal
worden aangescherpt.
Overzicht van de olierampen op zee:
• 14 december 2002 - Tricoler:
In dichte mist botesen de Noorse cargo
Tricolor en een (op de Bahama's ingeschreven) containerschip, de
Kariba, op 30 km van de Noord-Franse kust in volle en drukke
Noordzee-wateren. Vervolgens komt Op 20 januari 2003 een sleepboot in
aanvaring met de Tricolor, waardoor 170.000 liter zware olie in zee
terechtkomt. Op 25 januari zijn al 1.500 met olie besmeurde vogels in
het opvangcentrum van Sea Life in Blankenberge binnengebracht.
• 13 november 2002 - Prestige:
De onder de vlag van de Bahama's varende
olietanker 'Presige' komt in een storm in moeilijkheden, op 50 km voor
de kust van Galicië (Noordwest-Spanje). De tanker is geladen met 77.000
ton dieselolie en verliest al gauw 5.000 ton. Volgens de
milieuorganisatie Bird Life zijn tussen de 10.000 en 15.000 zeevogels
omgekomen. De Iberische arend wordt mede door de ramp met uitsterven
bedreigd.
• 16 januari 2001 - Jessica:
De tanker Jessica, geladen met 900 ton
stookolie, aan de grond liep op 800 meter van de kust van San
Cristobal, één van de Galapagoseilanden. Bij de eilanden ontstaat
een olievlek van zo'n 1.000 km² die de zeebodem en de stranden van de
unieke eilanden besmeurt.
• 13 december 1999 - Erika:
De Maltese olietanker Erika knakt in twee
delen voor de zuidkust van Bretagne, pal midden in een belangrijk
visvangstgebied. Het schip vervoert 30.000 ton dieselolie. Zowat 6.000
vogels spoelen aan. 90% van de vogels waarover men zich ontfermt is
echter niet meer te redden. Aangenomen wordt dat tot 300.000 zeevogels
het slachtoffer zijn geworden van de olie. Het Franse ministerie van
milieu vreest voor het uitsterven van bepaalde vogelsoorten in het
gebied, zoals de zeeduiker. Meer infromatie over deze ramp in het dossier van Milieuorganisatie De Noordzee
• 16 februari 1996 - Sea Empress:
De Liberiaanse tanker Sea Empress
zinkt voor de kust van zuid-Wales. 147.000 ton ruwe olie ontsnapt en
vervuilt 200 km kust op de vogelbeschermingseilanden Skomer en
Skokholm. Circa 25.000 zeevogels sterven.
• Oktober 1994 - Komi (Rusland):
In de Russische provincie Komi breekt
een oliepijpleiding. 14.000 ton petroleum volgens Russische instanties
- meer dan 200.000 ton volgens Washington en Greenpeace - stromen
onophoudelijk in de toendra en de rivieren.
• 5 januari 1993 - Braer:
De Liberiaanse tanker Braer vervoert 84.000
ton Noorse aardolie naar Canada en strandt ten zuiden van de Britse
Shetlandeilanden. De snelle verdunning van de lichte stookolie na dagen
storm voorkomen een belangrijke ecologische ramp.
• 3 december 1992 - Aegean Sea:
Door slecht weer breekt de Griekse
tanker Aegean Sea in twee op een rots bij het binnenvaren van de
Spaanse haven La Coruna. 70.000 ton petroleum ontsnapt en vervuilt
bijna 200 km kust in Galicië.
• Januari 1991 - Arabische Golf:
Naar schatting een miljoen ton
petroleum ontsnapt uit olietanks, -terminals en gesaboteerde off-shore
boorputten na het uitbreken van de Golfoorlog en de bezetting van
Koeweit door Irak. 560 kilometer kust wordt vervuild.
• 24 maart 1989 - Exxon Valdez:
De Amerikaanse supertanker Exxon Valdez
loopt vast op een rif in het Nauw van Prins William (Alaska). 45.000
ton petroleum ruwe olie lekt weg. Bij de grootste ecologische ramp uit
de Amerikaanse geschiedenis raakt 1.700 km van de zuidkust van Alaska
vervuild. 580.000 zeevogels, 5.500 otters, talloze robben en zeeleeuwen
sterven. De visserij loopt enorme schade op.
• 3 juni 1979 - Golf van Mexico:
De ontploffing van de tanker Ixtox Uno
in de Golf van Mexico veroorzaakt een zwarte vloed van 1 miljoen ton
petroleum.
• 31 december 1978 - Andros Patria:
De Griekse tanker die 200.000 ton
ruwe olie van Iran naar Rotterdam vervoert valt ten prooi aan een storm
ten noordwesten van La Coruna. Er ontstaat brand en bijna 50.000 ton
komt in zee terecht. Vierendertig van de 37 bemanningsleden aan boord
komen om.
• 16 maart 1978 - Amoco Cadiz:
De Liberiaanse supertanker Amoco Cadiz
zinkt voor de kust van Bretagne, 230.000 ton aardolie komt vrij en
besmeurt 320 kilometer Franse kuststroken. 15.000 zeevogels sterven. De
visserij en het toerisme loopt zware averij op.
• 12 mei 1976 - Urquillo:
De Spaanse tanker met bijna 120.000 ton ruwe
olie loopt aan de ingang van de haven van La Coruna op de rotsen, ruim
100.000 ton petroleum verspreidt zich.
• 9 augustus 1974 - Metula:
De Nederlandse tanker loopt in de
Magellaanstraat voor zuid-Chili aan de grond. 53.000 ton ruwe olie
verpesten 150 km strand op Vuureiland. Tot 40.000 pinguïns komen om.
• 18 maart 1967 - Torrey Canyon:
De Liberiaanse tanker vaart voor
Cornwall op een rif en breekt een week later in twee, 120.000 ton ruwe
olie komen in zee. De oliesporen reiken tot in Frankrijk en Nederland.
Het is het eerste olie ongeval net een dergelijke omvang.
|
|